Overslaan en naar de inhoud gaan
Acceptance environment
Stadshallen Brugge

Brugge bekoort bezoekers al sinds de 19de eeuw met haar historisch erfgoed, pittoresk imago en talloze kunstschatten uit het verleden. Maar na de Tweede Wereldoorlog breekt er een boeiende periode aan voor de beeldende kunst in Brugge. In de jaren 1950 vinden enkele gedreven kunstliefhebbers dat het tijd is om meer aandacht te schenken aan hedendaagse kunst. Ze verenigen zich in ‘Raaklijn’ en organiseren tot begin jaren 1960 concerten, lezingen, debatten en tentoonstellingen waarmee ze Brugge op de kaart van de hedendaagse kunstwereld willen zetten.

In 1966 neemt de stad dan zelf initiatief door het organiseren van ‘Bryggium’, een grote tentoonstelling van moderne en hedendaagse kunst in de hallen van het Belfort. Twee jaar later volgt de grote doorbraak van Brugge als hedendaagse kunststad. Toenmalig burgemeester Pierre Vandamme kondigt de eerste ‘Triënnale voor Plastische Kunst in België’ aan. Het zomerevent vindt plaats in de Stadshallen. Het uitgangspunt? Elke drie jaar een overzicht brengen van de hedendaagse Belgische kunstwereld en de kunstenaars uitdagen met de vraag hoe hedendaagse kunst een onderdeel kan zijn van een historische stad. Streng, eerlijk en kritisch, zo staat te lezen in de tentoonstellingscatalogus.

Op die manier werd Triënnale Brugge geboren. De eerste triënnales in 1968, 1971 en 1974 waren een succes, maar kregen jammer genoeg niet meteen opvolging. De wil om hedendaagse kunst toegankelijk te maken voor een breed publiek was er zeker en vast, maar om politieke en budgettaire redenen kon men de draad niet meteen terug oppakken. 1974 zou dan ook lange tijd het jaar blijven van de laatste Triënnale Brugge. Maar in 2015 verrees de triënnale uit haar as!

Sindsdien gaan kunst én architectuur van nationale én internationale deelnemers hand in hand. In de nieuwe reeks triënnales speelt Brugge nog meer de hoofdrol met actueel gekozen thema’s die altijd vertrekken vanuit de hedendaagse stad. De artistieke en architecturale interventies worden hoofdzakelijk in de buitenlucht getoond en gaan in dialoog met de stedelijke omgeving. Op een laagdrempelige manier doen ze zowel Bruggelingen als bezoekers door een andere bril naar de stad kijken. Brugge kan zo het beeld van een middeleeuws buitenmuseum definitief van zich afschudden.